| De in 1822 ingestelde Erepenning voor Menslievend
Hulpbetoon is, na de Militaire Willems-Orde uit 1815, de oudste
Nederlandse dapperheidsonderscheiding. De Erepenning is van een
bijzondere aard. Het gaat bij de Erepenning namelijk om een vrijwillige
moedige daad, die is gericht op menslievendheid.
De Erepenning voor
Menslievend Hulpbetoon beloont 'hen die een menslievende daad hebben verricht die de
kenmerken draagt van moed, beleid en zelfopoffering'.
De Erepenning geldt voor volledig vrijwillig getoond moedig gedrag ten gunste van andere
mensen onder levensbedreigende omstandigheden.
Het Kapittel voor de Civiele Orden buigt zich over de voorstellen voor verlening en
adviseert de 'minister die het aangaat', die op zijn beurt een voordracht tot toekenning
bij H.M. de Koningin indient. Via een koninklijk besluit wordt de toekenning bekrachtigd.
Uitvoering: een Koninklijke kroon, waaraan een ovalen penning is bevestigd. Deze
penning is 6 cm. hoog. Op de voorzijde is het 'beeld der Naastenliefde' afgebeeld met
langs de rand de tekst 'Voor menslievend hulpbetoon'. Aan de achterkant staan de woorden
'de Koningin aan', met daaronder de naam van de gedecoreerde. De penning hangt aan een
oranje lint van drie cm breed met in het midden een rode bies van 0,7 cm, en is er in
goud, zilver of brons. |
|

De Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon in goud |
|