| De basis van de onderscheidingstekens van de Orde van de
Nederlandse Leeuw is het 'versiersel', een vierarmig wit geėmailleerd kruis dat hangt aan
een kroon. In het midden van het kruis bevindt zich een blauw geėmailleerd medaillon met
het opschrift: 'VIRTUS NOBILITAT' (deugd adelt). De keerzijde van het versiersel is op
gelijke wijze uitgevoerd, behalve dat in het medaillon geen tekst staat, maar een
afbeelding van de Nederlandse Leeuw. Tussen de armen van het kruis bevindt zich een
gestileerde 'W'. Voor militairen is de uitvoering hetzelfde. Het lint waaraan het
versiersel van de Orde van de Nederlandse Leeuw wordt gedragen, is Nassaus blauw met links
en rechts een oranje baan.
De uitvoering van het versiersel verschilt per graad. Hoe hoger de graad, des te groter
het versiersel en breder het lint. De graden Ridder Grootkruis en Commandeur ontvangen
tevens een borstster. Van elk versiersel is er een dames- en herenuitvoering.
Deze versierselen worden bij de uitreiking omgehangen en/of opgespeld. Verder worden ze
maar in een beperkt aantal gevallen gedragen. De gedecoreerde krijgt voor de dagelijkse
kleding een zogenoemd draagteken of draaglint.
Behalve de versierselen ontvangt de gedecoreerde een oorkonde, met daarop vermeld de
naam van de gedecoreerde en de graad waarin deze is onderscheiden. Ook de datum en het
nummer van het betreffende koninklijk besluit staan op de oorkonde vermeld.
Hierna volgen alle onderscheidings- en draagtekens van de verschillende graden, in
dames- en herenuitvoering. |