| Tekst van de Wet van 4 april 1892, Stb. 55, houdende
instelling van de Orde van Oranje-Nassau, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij de
Rijkswet van 15 april 1994, Stb. 350 Artikel 1
Er wordt een Orde ingesteld, strekkende tot vererende onderscheiding van Onze
onderdanen of vreemdelingen, die zich jegens Ons en de staat of jegens de maatschappij op
bijzondere wijze hebben verdienstelijk gemaakt.
Artikel 2
Deze Orde draagt de naam van "de Orde van Oranje-Nassau".
Artikel 3
Het Grootmeesterschap van deze Orde is onafscheidelijk aan de Kroon der Nederlanden
verbonden.
Artikel 4
Deze Orde bestaat uit zes graden.
Artikel 5
Alle benoemingen in deze Orde geschieden bij koninklijk besluit.
Artikel 6
De Ridders van de eerste graad van deze Orde dragen de naam van Grootkruis.
De Ridders van de tweede graad van deze Orde dragen de naam van Grootofficier.
De Ridders van de derde graad van deze Orde dragen de naam van Commandeur.
De Ridders van de vierde graad van deze Orde dragen de naam van Officier.
De Ridders van de vijfde graad van deze Orde dragen de naam van Ridder.
De Ridders van de zesde graad van deze Orde dragen de naam van Lid.
Artikel 7
- Het versiersel dezer Orde bestaat in een kruis met acht geparelde punten en een
doorlopende laurierkrans tussen de armen en gedekt met een koninklijke kroon, alles van
goud voor de eerste vier graden en van zilver voor de vijfde en zesde graad; de armen van
het kruis zijn wit geėmailleerd met blauw geėmailleerd hart; in het midden van het kruis
bevindt zich een blauw geėmailleerd rond schild, omgeven door een wit geėmailleerde
rand, beide met goud omlijst, aan de ene zijde op het ronde schild de Leeuw, zoals hij in
het wapen van het Rijk voorkomt, en op de rand in gouden letters de woorden "Je
Maintiendrai" en aan de tegenzijde op het ronde schild een met een gouden koninklijke
kroon gedekte gouden W en op de rand in gouden letters de woorden "God zij met
Ons".
- Voor militairen worden, instede van de laurierkrans, aan het versiersel aangebracht twee
zilveren zwaarden met gouden gevest, schuin gekruist achter het ronde schild.
- Het lint is oranje tussen twee strepen van Nassaus blauw, de kleuren gescheiden door een
smalle witte streep.
Artikelen 8 en 9
[vervallen]
Artikel 10
Tot goedmaking der onkosten der Orde wordt jaarlijks een som op de staatsbegroting
gebracht.
Artikel 11
- Degene aan wie een onderscheiding in deze Orde is verleend, is indien hij ingevolge
rechterlijke veroordeling rechtens van zijn vrijheid is beroofd, onbevoegd de tekenen van
deze onderscheiding te dragen.
- Een onderscheiding in deze Orde vervalt, indien degene aan wie de onderscheiding is
verleend, onherroepelijk is veroordeeld tot een gevangenisstraf van ten minste een jaar.
Artikel 12
De Kanselier van de Orde van de Nederlandse Leeuw is tevens Kanselier dezer Orde.
Artikel 13
- Bij algemene maatregel van bestuur wordt een reglement op deze Orde vastgesteld, waarin
nadere regels worden gesteld met betrekking tot het verlenen van een onderscheiding in
deze Orde en de bij de onderscheiding behorende tekenen.
- Een krachtens het eerste lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet
eerder in werking dan twee maanden na datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is
geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der
Staten-Generaal.
|
|
|
|