| 1. Hoe dien ik een voorstel in? Wilt u iemand voor
een Koninklijke onderscheiding in aanmerking laten komen? Neem dan eerst contact op met
het gemeentehuis in de woonplaats van de kandidaat. De ambtenaar die daar de lintjes
behandelt, kan in grote lijnen aangeven of de verdiensten inderdaad bijzonder genoeg zijn
voor een Koninklijke onderscheiding. Ook wordt precies uitgelegd hoe u te werk moet gaan.
Daarna kan het verzamelen van alle benodigde gegevens beginnen. Wanneer die klus geklaard
is, dient u het voorstel in bij de burgemeester.
2. Moet je pers้ iets bijzonders naast je eigenlijke werk hebben gedaan om voor een
lintje in aanmerking te komen?
Ook iemand die in zijn werk bijzondere prestaties levert, kan worden onderscheiden in
้้n van de beide orden. Zulke 'bijzondere of zeer uitzonderlijke verdiensten in de
hoofdfunctie' moeten echt uitgaan boven wat normaal gesproken van iemand in een dergelijke
functie mag worden verwacht. Het gaat dus om de persoonlijke inzet, visie en kwaliteiten.
Verder moeten de verdiensten een groter belang hebben dan alleen voor de onderneming,
organisatie of instelling waaraan de kandidaat is verbonden. De samenleving moet er baat
bij hebben.
3. In het zuiden van het land worden meer lintjes uitgereikt. Hoe kan dat?
In de zuidelijke provincies worden naar verhouding meer voorstellen gedaan. De
lintjescultuur wordt daar intensiever beleefd. Dat betekent natuurlijk niet dat mensen in
de ene provincie meer moeten doen voor een lintje dan in de andere. Er is maar ้้n
Ordereglement. Daaraan toetst het Kapittel voor de Civiele Orden alle voorstellen.
4. Waarom zijn er onder de gedecoreerden maar weinig mensen uit minderheidsgroepen?
Minderheden worden nog te weinig voorgesteld voor een Koninklijke onderscheiding.
Allochtonen wonen veelal in de grote steden. Daar is meer anonimiteit, bijzondere
verdiensten springen minder snel in het oog. Verder zijn minderheden relatief onbekend met
het Nederlandse decoratiestelsel, mede vanwege het taalprobleem. Via gerichte voorlichting
probeert het Kapittel voor de Civiele Orden verandering te brengen in deze situatie.
5. Sinds de stelselherziening is het aantal gedecoreerden elk jaar gestegen. Blijft dat
zo?
Een jaarlijkse stijging van het aantal gedecoreerden is zeker niet vanzelfsprekend. Het
Kapittel voor de Civiele Orden streeft ernaar om zoveel mogelijk mensen in Nederland voor
te lichten over het vernieuwde decoratiestelsel. Mogelijk leidt dat tot meer voorstellen.
Die worden allemaal getoetst aan het Ordereglement.
6. Het merendeel van de gedecoreerden wordt benoemd tot Lid in de Orde van
Oranje-Nassau. Waarom zijn de onderscheidingen niet wat evenrediger verdeeld over de
verschillende graden?
Een Koninklijke onderscheiding is een erkenning voor persoonlijke, bijzondere
verdiensten voor de samenleving. Een lintje is echt iets bijzonders en dat moet ook zo
blijven. Wie wordt benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau, mag daar met recht trots
op zijn. Het gaat tenslotte om een volwaardige ridderlijke graad in deze orde. Overigens
werden dit jaar meer mensen benoemd in hogere graden. Vooral het aantal Ridders in de Orde
van Oranje-Nassau steeg opvallend ten opzichte van vorig jaar.
7. Is de graad Lid in de Orde van Oranje-Nassau in de plaats gekomen voor de
Eremedailles?
In 1994 werd het decoratiestelsel herzien. De Eremedailles, verbonden aan de Orde van
Oranje-Nassau, worden sindsdien niet meer uitgereikt.
De Eremedailles blijven een afzonderlijke Koninklijke onderscheiding. Het is een
volwaardige onderscheidingsgraad die zijn waarde en betekenis als Koninklijke
onderscheiding duidelijk behoudt, want de onderscheiding werd verleend bij een door Hare
Majesteit de Koningin getekend koninklijk besluit.
Een ander belangrijk aspect van de stelselherziening is de nieuwe graad van Lid in de
Orde van Oranje-Nassau (Ridder zesde graad). Het Lidmaatschap treedt niet in de plaats van
de Eremedailles.
8. Wat te doen met het onderscheidingsteken na het overlijden van de gedecoreerde?
Het
onderscheidingsteken dat bij de verleende Koninklijke onderscheiding
hoort, is eigendom van de Staat en wordt aan de gedecoreerde in
bruikleen verstrekt. Het is een aan de persoon gebonden onderscheiding
die niet van rechtswege op ้้n van de erfgenamen overgaat. Daarom
wordt verzocht het onderscheidingsteken dat bij de uitreiking werd
opgespeld of omgehangen, portvrij terug te sturen aan de Kanselarij
der Nederlandse Orden.
9. Wat te doen als de nabestaanden van de overleden gedecoreerde het
onderscheidingsteken willen behouden?
Het is mogelijk voor de nabestaanden om het onderscheidingsteken
tegen betaling van een waarborgsom voor onbepaalde tijd in bruikleen
te behouden. Het bedrag dient te worden overgemaakt op rekeningnummer
56.99.95.000 van de Royal Bank of Scotland t.n.v. de Kanselarij der Nederlandse
Orden onder vermelding van de datum en het nummer van de aan u
verzonden brief. Na betaling wordt een ontvangstbevestiging
toegezonden. Het onderscheidingsteken blijft eigendom van de Staat en
mag niet verkocht, geschonken of op een ander wijze vervreemd worden.
Mocht
men op een gegeven moment toch afstand van de versierselen willen
doen, dan dient het onderscheidingsteken uitsluitend aan de Kanselarij
der Nederlandse Orden aangeboden te worden. Na inlevering van het
ordeteken wordt de borgsom terugbetaald.
10. Wat zijn de borgsombedragen voor de onderscheidingstekens?
De hoogte van de borgsombedragen is afhankelijk van
de verleende Koninklijke onderscheiding, te weten:
Orde
van de Nederlandse Leeuw
Ridder Grootkruis 2.093,-
Commandeur 1.654,-
Ridder 340,-
Orde
van Oranje-Nassau
Ridder Grootkruis 1.367,-
Grootofficier 1.325,-
Commandeur 491,-
Officier 254,-
Ridder 236,-
Lid 178,-
Eremedaille
in goud 58,-
Eremedaille in zilver 46,-
Eremedaille in brons 40,-
11. Waar zijn knoopsgat- en miniatuurversierselen te koop?
Bij Van Wielik b.v.
Kneuterdijk 2b
2514 EN 's-Gravenhage
telefoon 070-346 2196
fax 070-361 7335
|