| Het huidige decoratiestelsel vindt zijn oorsprong in 1815,
toen de juist gekroonde Koning Willem I zowel de Militaire Willems-Orde als de Orde van de
Nederlandse Leeuw instelde. Beide orden waren gebaseerd op verdiensten, en niet verbonden
met adeldom. Ze waren bedoeld om met name de opmerkelijke militaire of civiele prestaties
van een persoon te belonen. De eerste decorandus was in 1815 de Prins van Oranje-Nassau,
die tijdens de veldtocht tegen Napoleon gewond was geraakt. De Militaire Willems-Orde is
sindsdien de hoogste Nederlandse onderscheiding. De Orde van de Nederlandse Leeuw bestond
oorspronkelijk uit drie graden en een Broedermedaille. De drager van de broedermedaille
had recht op een klein pensioen.
Orde van de Eikenkroon
Vijfentwintig jaar lang kende Nederland twee orden. In 1841 stichtte Koning
Willem II als Groothertog van Luxemburg de Orde van de Eikenkroon. Alhoewel dit geen
Nederlandse orde was, werden onderscheidingen in de Orde van de Eikenkroon regelmatig
toegekend aan Nederlanders en buitenlandse diplomaten. Na het overlijden van Koning Willem
III in 1890 werd Luxemburg een zelfstandige staat. Sindsdien konden de onderscheidingen in
de Orde van de Eikenkroon niet meer worden toegekend door het Nederlandse staatshoofd.
Orde van Oranje-Nassau
De behoefte aan een derde Nederlandse orde was inmiddels duidelijk geworden. Met
name om buitenlandse diplomaten koninklijk te kunnen onderscheiden, maar ook om mensen uit
de lagere klassen en standen een koninklijk schouderklopje te kunnen geven. Deze
ontwikkeling leidde in 1892 - in de tijd dat Koningin Emma als Regentes van het Koninkrijk
optrad voor haar minderjarige dochter Wilhelmina, tot de instelling van de derde
Nederlandse orde: de Orde van Oranje-Nassau. Deze bestond tot 1996 uit vijf graden.
Daarnaast waren tot 1996 Eremedailles in goud, zilver en brons aan de Orde verbonden. De
dragers van de Eremedaille werden niet opgenomen in de Orde.
Dapperheid
De Militaire Willems-Orde was tot 1940 de enige onderscheiding voor dapperheid in
verband met strijd. Deze was echter, door de zeer hoge eisen, heel moeilijk bereikbaar. Er
was veel behoefte aan andere onderscheidingen, die konden worden uitgereikt voor
bijzondere daden. In de jaren '40-'45 is hiervoor een aantal dapperheidsonderscheidingen
in het leven geroepen, namelijk de Bronzen Leeuw, het Bronzen Kruis, het Kruis van
Verdienste en het Vliegerkruis.
Herziening
Vanaf 1965 beraadden diverse commissies en werkgroepen zich op een herziening van
het decoratiestelsel, om het aan te passen aan de moderne tijd. Vooral de vele ingeslopen
automatismen en het feit dat de beide Orden grotendeels dezelfde verdiensten honoreerden
moesten worden aangepakt. De Militaire Willems-Orde werd bij de herziening buiten
beschouwing gelaten.
In opdracht van de regering werd in 1982 de Commissie Portheine ingesteld. Deze
commissie legde de basis voor een nieuw en democratischer decoratiestelsel. De commissie
kreeg daarbij de opdracht vooral te letten op de gevolgen van de toenemende
democratisering, de eisen van de emancipatie van bepaalde bevolkingsgroepen en
gelijkstelling van de verschillende beroepsgroepen. De commissie bracht in 1984 rapport
uit.
De Commissie Portheine stelde onder andere dat het verlenen van Koninklijke
onderscheidingen ook in deze tijd betekenis heeft, zowel in binnen- als in het buitenland. |
|

Willem II als Groothertog van Luxemburg, door J. Martin, 1844.
(Paleis Het Loo, Apeldoorn. Bruikleen Geschiedkundige Vereniging
Oranje-Nassau.
Foto: R. Mulder)

Koningin Emma
Fotoarchief Rijksvoorlichtingsdienst
|
|