| In 1994 was het zover: voor wat betreft de civiele Orden werd
het Nederlandse decoratiestelsel - na 180 jaar en bijna dertig jaar discussie - ingrijpend
herzien. Deze herziening werd bij wet geregeld. Voor de nadere uitvoering van de wet werd
voor beide Orden een Ordereglement ingesteld. Bij de Militaire Willems-Orde veranderde er
niets. Met de herziening hebben de beide civiele Orden weer een heel eigen karakter
gekregen. In beide gevallen geldt dat veel sterker dan voorheen de persoonlijke bijzondere
verdiensten voor de samenleving van de decorandus worden gehonoreerd, zonder dat rang,
stand of automatisme daarbij een rol spelen.
Een uitzondering vormen de volksvertegenwoordigers. De beoordeling van hun functioneren
vindt immers reeds plaats door de verkiezingen voor de vertegenwoordigende organen. In
artikel 14 van het Ordereglement wordt de decoratieverlening aan volksvertegenwoordigers
beschreven. Daardoor wordt voorkomen dat het functioneren van leden van controlerende
organen met direct kiezersmandaat, onderwerp wordt van beoordeling door de gecontroleerde
organen zelf.
Vanaf de Algemene Gelegenheid in 1996 werd er voor het eerst gedecoreerd onder de
werking van het herziene stelsel. Sindsdien stijgt het aantal decoraties gestaag, en
blijkt dat mensen uit steeds bredere lagen van de samenleving worden gedecoreerd. |