| Voordracht Een voordracht voor decoratie
kan op twee manieren worden gedaan.
- Door de directe meerdere, waaronder de decorandus gediend heeft, of door een nog hogere
autoriteit;
- Door de aanvrager zélf, als deze meent door zijn daden hiervoor in aanmerking te komen.
Voor beide gevallen geldt dat de daden, op grond waarvan de voordracht wordt gedaan,
niet langer dan vijf jaar geleden verricht mogen zijn. In alle gevallen zijn
getuigenverklaringen van groot belang. Anders dan bij de Civiele Orden kunnen
dapperheidsonderscheidingen ook posthuum worden toegekend.
Advies door het Kapittel der Militaire Willems-Orde
De minister van Defensie stuurt de voordracht voor advies naar het Kapittel der
Militaire Willems-Orde. Het Kapittel weegt de daden en de verklaringen, en adviseert óf
en zo ja, in welke graad de decoratie wordt toegekend. Het advies van het Kapittel weegt
zwaar. Als de minister ervan wil afwijken, zal hij goede argumenten moeten hebben.
Voordracht aan H.M. de Koningin en koninklijk besluit
De minister van Defensie doet een voordracht aan de Grootmeester van de Orde: H.M. de
Koningin. Deze voordracht wordt begeleid door een koninklijk besluit, dat getekend wordt
door H.M. de Koningin. Vervolgens tekent ook de minister van Defensie het koninklijk
besluit, het zogenoemde 'contraseign'. Daarna kan de decoratie met bijbehorend diploma
worden uitgereikt. De voorschriften voor de uitreiking wordt nauwgezet beschreven in het
Ordereglement. |