| De basis van de onderscheidingstekens van de Militaire
Willems-Orde is het 'versiersel', een wit geėmailleerd kruis, gedekt door een Koninklijke
kroon. De vier omlijste armen van het kruis zijn van gelijke lengte, lopen van het midden
breed uit, zijn aan het uiteinde ingekeept en voorzien van geparelde punten. De armen
dragen aan voor- en achterzijde in gouden letters de woorden: Tussen de armen van dit kruis liggen die van een groen geėmailleerd
'Bourgondisch kruis'. In het hart van beide kruisen ligt aan de voorzijde een gouden
'vuurslag', aan de achterzijde een blauw geėmailleerd medaillon, in het midden waarvan
een lauwerkrans, die de letter 'W' omvat. Het bij het ordeteken behorende lint is oranje
met twee smalle Nassaus blauwe strepen.
De versierselen worden bij de uitreiking omgehangen en/of opgespeld. Verder worden ze
maar in een beperkt aantal gevallen gedragen. De gedecoreerde krijgt voor de dagelijkse
kleding een zogenoemd draagteken of draaglint.
Behalve de versierselen ontvangt de gedecoreerde een oorkonde, met daarop vermeld de
naam van de gedecoreerde en de graad waarin deze is onderscheiden. Ook de datum en het
nummer van het betreffende koninklijk besluit staan op de oorkonde vermeld.
Hierna volgen alle onderscheidings- en draagtekens van de verschillende graden. |