kroontje
Uitleg - Contact - Sitemap - Downloads - Publicaties - Veel gestelde vragen
Koninklijke Onderscheiding
pijltjeHome pijltjeVoorstel, Advies en Verlening pijltjeOverige procedures voor de Civiele Orden
Bijzondere procedures
Er zijn vier bijzondere procedures:
  1. Voordrachten voor het verlenen van onderscheidingen aan oud-ministers en oud-staatssecretarissen doet de minister-president. Daarover worden geen adviezen ingewonnen. De minister-president zendt een voordracht tot verlening van een onderscheiding aan H.M. de Koningin.
     
  2. Voordrachten voor het verlenen van onderscheidingen aan oud-ministers en oud-staatssecretarissen van de Nederlandse Antillen of aan oud-ministers van Aruba worden gedaan door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, na overleg met de ministers-presidenten van de betreffende gebiedsdelen. Ook hierover worden geen adviezen ingewonnen.
     
  3. Een beslissing tot de verlening van een onderscheiding aan een lid van het Koninklijk Huis of aan een buitenlands staatshoofd wordt genomen door H.M. de Koningin. De minister-president is verantwoordelijk voor de verlening van een onderscheiding aan een lid van het Koninklijk Huis. De minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor het onderscheiden van een buitenlands staathoofd.
     
  4. In het kader van staatsbezoeken worden onderscheidingen verleend aan personen die daarbij betrokken zijn. Deze verleningen hebben een ceremoniële functie. Over de voorstellen daarvoor wordt eerst het advies van het Kapittel voor de Civiele Orden ingewonnen, behalve wanneer het een buitenlands staatshoofd betreft. Het Kapittel toetst of de verlening van onderscheidingen plaatsvindt op basis van wederkerigheid; het zogenoemde reciprociteitsbeginsel. De minister van Buitenlandse Zaken beslist uiteindelijk over de voordracht.