| De burgemeester is de eerste die over decoratievoorstellen
een advies uitbrengt. Hij staat dicht bij de burger. Daardoor kan de burgemeester in vele
gevallen goed beoordelen of de decorandus inderdaad bijzondere, persoonlijke verdiensten
voor de samenleving heeft. De burgemeester kan bovendien beoordelen hoe een Koninklijke
onderscheiding zal vallen in zijn gemeenschap. Van de burgemeester wordt bovendien
verwacht dat hij actief op zoek gaat naar decorabele personen. De burgemeester heeft
dus een belangrijke taak als het om decoratievoorstellen gaat. De binnengekomen
voorstellen worden nauwkeurig bestudeerd. De eerste vraag die de burgemeester zich stelt
is of de voorgestelde persoon decorabel is. Daarvoor verifieert de burgemeester de feiten
die in het voorstel worden genoemd. Als hij bepaalde feiten niet kan controleren of niet
kan beoordelen, wordt dat in het advies aangeven.
Daarnaast heeft de burgemeester soms nog meer informatie over de voorgestelde persoon.
In het advies zal de burgemeester dan aangeven welke verdere activiteiten van de
decorandus hem bekend zijn. Voorkomen dient te worden dat er onjuiste feiten worden
gepresenteerd.
Indien de burgemeester vindt dat een Koninklijke onderscheiding is gerechtvaardigd,
komen de volgende vragen aan bod: in welke Orde kan betrokkene worden gedecoreerd? En in
welke graad? Tot slot geeft de burgemeester aan wat naar zijn opvatting de geschikte
gelegenheid is om de onderscheiding uit te reiken.
Voor een zorgvuldige afweging, en om te kunnen vaststellen of betrokkene van
onbesproken gedrag is, vraagt de burgemeester de justitiële gegevens van de decorandus
op. Daarnaast wordt nagegaan of er processen-verbaal door de politie zijn opgemaakt, die
nog niet tot een uitspraak van de rechter hebben geleid. Ook kan de burgemeester contact
opnemen met bijvoorbeeld de Kamer van Koophandel, een branche-organisatie of anderen.
Nadat de burgemeester het advies heeft geformuleerd, gaat het gehele dossier met
bijlagen naar de commissaris van de Koningin. |