| De meeste uitreikingen gebeuren tijdens de 'Algemene
gelegenheid', beter bekend als de 'lintjesregen'. Deze lintjesregen vindt jaarlijks plaats
op de laatste werkdag voor Koninginnedag. Maar ook kan de uitreiking plaatsvinden tijdens
een 'Bijzondere gelegenheid'. Die gelegenheid moet dan wel aansluiten bij het zwaartepunt
van de verdiensten van de gedecoreerde. Wie de onderscheiding uitreikt, wordt bepaald door
de minister. De officiële handeling kan zeker niet door een particulier gedaan worden;
zij zijn uitgesloten van het uitreiken van onderscheidingen. In aanmerking komen wel de
burgemeester, de commissaris van de Koningin, de minister zelf, een ambtenaar, een persoon
van een ander bestuursorgaan die onder de directe verantwoordelijkheid van een minister
valt of een bestuurder van een ander overheidslichaam, zoals van een waterschap.
Bij de uitreikingen in Nederland treden burgemeesters en commissarissen van de Koningin
op als vertegenwoordiger van de Kroon. Bij de burgemeester komt dit tot uiting doordat hij
zijn ambtsketen draagt met het rijkswapen in plaats van het gemeentewapen aan de
voorzijde.
De uitreiking aan een persoon die in de Nederlandse Antillen of in Aruba woont, wordt
verzorgd door de Gouverneur van de Nederlandse Antillen respectievelijk Aruba. Ook deze
kan zich laten vertegenwoordigen door een ambtenaar of een vertegenwoordiger van een
bestuursorgaan.
Bij de Koninklijke onderscheiding hoort naast het lintje, ook een oorkonde. Hierin
staat vermeld dat H.M. de Koningin bij koninklijk besluit aan de gedecoreerde een bepaalde
graad van onderscheiding in één van de civiele orden heeft verleend. De oorkonde wordt
ondertekend door de Kanselier der Nederlandse Orden. |