| De minister beslist of een voordracht tot verlening van een
Koninklijke onderscheiding wordt gedaan aan H.M. de Koningin. In sommige gevallen zal hij
de beslissing nemen na overleg met, of samen met een collega. De minister baseert zijn
beslissing op het dossier en advies van het Kapittel voor de Civiele Orden. Het Kapittel
stuurt dit advies overigens naar de minister 'die het aangaat'. Dat wil zeggen de minister
die naar het oordeel van het Kapittel politiek verantwoordelijk is voor het beleidsterrein
waarop het zwaartepunt van de verdiensten van de decorandus ligt. Voorstellen voor
personen die activiteiten op meerdere terreinen hebben ontplooid zonder dat daarin een
specifiek zwaartepunt is te onderkennen, worden gezonden aan de minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties.
Een minister, die het niet eens is met het advies van het Kapittel, kan gemotiveerd en
beargumenteerd om heroverweging van het advies vragen. Deze heroverweging kan leiden tot
handhaving of tot aanpassing van het advies. Indien een minister dan nog niet instemt met
het advies, neemt hij contact op met de voorzitter van het Kapittel. Als laatste
mogelijkheid kan de minister een beslissing vragen aan de ministerraad. Deze besluit dan
over de voordracht.
Over de uiteindelijke beslissing licht de minister de betrokken commissaris van de
Koningin en de burgemeester in. De burgemeester zorgt ervoor dat de voorsteller van de
uitslag op de hoogte wordt gesteld.
Indien de minister die het aangaat een positieve beslissing over het voorstel heeft
genomen, doet hij H.M. de Koningin de voordracht voor decoratie toekomen, vergezeld van
het ontwerp-koninklijk besluit. |