Maria de Vries-Beerepoot

Bij de lintjesregen op 24 april 2020 werd Maria de Vries-Beerepoot uit Opmeer benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Zij is al meer dan 40 jaar de mantelzorger van haar echtgenoot die in 1977 werd getroffen door een herseninfarct.

Beeld: Marcel Witte

“We hadden een eigen winkel in Hoorn en reisden veel. En we woonden net in een 16de eeuwse watermolen die we wilden opknappen. Mijn man sprak vele talen en had een universitaire studie afgerond. Ik gaf tekenles en handenarbeid op een middelbare school en maakte eigen werk als kunstenaar. Dat heb ik allemaal moeten opgeven.”

Herseninfarct

“Toen we twee jaar waren getrouwd, kreeg hij een herseninfarct. Daarna kon hij niet meer goed praten, niet meer schrijven en lezen, niet meer lopen… Sommige dingen zijn verbeterd, maar toch moet hij met bijna alles geholpen worden. Ik ben dat gaan doen en ik heb daar geen spijt van. Anders had hij in een verpleeghuis moeten worden opgenomen. Maar ik heb soms wel mijn frustraties uitgeschreeuwd over het water.”

Zegeningen

“Maar ik ben niet zielig. Ik voel me gelukkig en tel elke dag mijn zegeningen. Ik kan tot mezelf komen in de kleine tijd die mij is gegeven: een uurtje in de tuin of in de noodwoning, en in de werkplaats beschilder ik soms textiel. De laatste jaren hebben we hulp waardoor ik nog iets meer ruimte heb. We hebben twee kinderen en samen hebben we leuke dingen beleefd. We zitten heus niet alleen met een zorgelijk gezicht tegenover elkaar. Gelukkig kan ik er soms ook de humor van inzien. Als je genoeg van elkaar houdt, kun je lang volhouden.”

 “Soms kom ik mensen tegen die vragen hoe het met Auke gaat. Ik zeg dan meestal: als je dat echt wil weten, dan moet je hem dat zelf vragen. Maar dat gebeurt bijna nooit. Dat vind ik wel irritant, zowel voor hem als voor mezelf. Hij vindt het leuk als er mensen langskomen en ik wil ook weleens over andere dingen praten en met andere dingen bezig zijn.”

Niet alleen

“Ik heb hele aardige buren die heel behulpzaam zijn. Zij hebben het lintje voor me aangevraagd en zaten samen met mijn kinderen in het complot. Eigenlijk wilde ik die aandacht van dat lintje niet. Maar toen de burgemeester langskwam, kreeg ik toch het gevoel dat ik niet alleen ben.”