Het Kapittel voor de Civiele Orden adviseert ‘de minister die het aangaat’ over voorstellen voor een Koninklijke onderscheiding en geeft voorlichting over de toekenning van koninklijke onderscheidingen.

In 2025 werd aan 4.438 personen een koninklijke onderscheiding uitgereikt, van wie 48 personen in het Caribisch deel van het Koninkrijk:

308 voorstellen voor koninklijke onderscheidingen werden niet gehonoreerd. 

Overzicht van de koninklijke onderscheidingen in 2025

Over de cijfers

Personen komen in aanmerking voor een koninklijke onderscheiding wanneer zij zich bijzonder of exceptioneel verdienstelijk hebben gemaakt voor de samenleving. In veruit de meeste gevallen gaat het om vrijwilligers die zich langdurig inzetten op het gebied van bijvoorbeeld sociale cohesie, sport, kunst, cultuur, religieus leven, natuur, zorg en welzijn. In 2025 werden 4.092 personen om deze reden benoemd in één van de twee civiele ridderorden. Daarnaast zijn er personen die bijzondere prestaties hebben geleverd ten behoeve van de samenleving in hun betaalde werk of nevenfuncties die verder gaan dan wat verwacht kan en mag worden. In 2025 ontvingen 355 personen om deze reden een koninklijk eerbetoon. Deels overlappen deze cijfers omdat sommige personen om beide redenen worden gedecoreerd.

Volksvertegenwoordigers, ministers en staatssecretarissen

Daarnaast zijn er in 2025 onderscheidingen toegekend in het kader van het wettelijk vastgelegde automatisme aan ministers, staatssecretarissen en volksvertegenwoordigers. Het Kapittel heeft alleen een adviestaak bij de voordrachten voor volksvertegenwoordigers, niet bij de toekenning van onderscheidingen aan ministers en staatssecretarissen. In dit kader zijn op voordracht van Minister-President H.W.M. Schoof bij Koninklijk Besluit op 4 september vier voormalige ministers benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau en één staatssecretaris tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Er zijn in 2025 28 volksvertegenwoordigers benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau bij hun afscheid van de gemeenteraad of de Provinciale Staten. Verder zijn er na de Tweede Kamerverkiezingen van 29 oktober elf Kamerleden benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau bij hun afscheid.

Koninklijke onderscheiding voor Prinses Ariane

Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Ariane Wilhelmina Máxima Ines, Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, vierde in 2025 haar achttiende verjaardag. Ter gelegenheid van haar verjaardag heeft Zijne Majesteit de Koning Prinses Ariane benoemd tot Ridder Grootkruis in de Orde van de Nederlandse Leeuw. In 1898 is Koningin Wilhelmina als eerste vrouwelijke troonopvolger benoemd tot Ridder Grootkruis in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Sindsdien worden alle kinderen van het staatshoofd ter gelegenheid van hun achttiende verjaardag benoemd tot Ridder Grootkruis in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Diplomatieke onderscheidingen

Ook zijn er onderscheidingen toegekend in het kader van de uitwisseling van onderscheidingen in het diplomatieke verkeer tussen landen. In 2025 zijn er zeven buitengewoon en gevolmachtigde ambassadeurs benoemd tot Ridder Grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau tijdens hun afscheidsaudiëntie bij Zijne Majesteit de Koning. In de regel krijgen ambassadeurs deze onderscheiding als zij drie jaar de functie van ambassadeur hebben vervuld.

Vrouw-/manverhouding

Het Kapittel ziet het als een uitdaging om de toekenning van koninklijke onderscheidingen een afspiegeling te laten zijn van de samenleving. In dit kader is het opmerkelijk dat in het algemeen minder vrouwen dan mannen worden voorgedragen. Uit onderzoek van het CBS blijkt namelijk dat vrouwen even vaak vrijwilliger zijn als mannen. In 2025 waren 35% van de gedecoreerden vrouwen. Dat is gelijk aan 2024 en 2023. In de jaren ervoor ging het om 34% (2021 en 2022) of zelfs om 30% (2020). Het Kapittel vindt het belangrijk dat deze verhouding gelijkwaardiger wordt en blijft zich hiervoor inspannen.

Beeld: Iris van den Broek

Uitreiking van onderscheidingen aan de helden bij de steekpartij bij de Erasmusbrug

Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon

Op 19 februari 2025 ontvingen de heren M. van Es (1979), Y.J. Jansen (1971) en R.R.D. Litecia (1992) de Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon in zilver vanwege hun ingrijpen bij de steekpartij bij de Erasmusbrug in Rotterdam een jaar eerder. Dit incident kreeg veel media-aandacht, niet alleen vanwege het brute optreden van de dader maar ook de heldhaftige redding met gevaar voor eigen leven. Van Es werd tijdens een avondwandeling geconfronteerd met het eerste steekincident. Hij kwam meteen in actie en leidde de aandacht van de verdachte af. Hierdoor kon een ander op instructie van de 112-meldkamer reanimatie verlenen (deze persoon ontving een medaille van het Carnegie Heldenfonds, zie foto). Op het moment dat de verdachte een tweede slachtoffer neerstak, greep Jansen in. Met een deksel ter afweer voorkwam hij dat het tweede slachtoffer opnieuw gestoken werd. Tot slot sloot Litecia de verdachte in en maakte hem onschadelijk door een klap, waarna de verdachte overmeesterd en gearresteerd werd.

De Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon wordt toegekend aan hen die met gevaar voor eigen leven het leven van een ander hebben gered. De ‘menslievende daad draagt de kenmerken van moed, beleid en zelfopoffering’. De penning werd in 2025 twaalf keer uitgereikt, waarvan acht keer in brons en vier keer in zilver.

Nationale Heldendag

De vierde Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon in zilver ging naar de Brit die op 27 maart 2025 een man had overmeesterd die op de Dam in Amsterdam schijnbaar willekeurig mensen neerstak. Deze onderscheiding werd uitgereikt tijdens de Nationale Heldendag op 21 november 2025 op de Nederlandse ambassade in Londen. Voor het eerst werden tijdens de Nationale Heldendag op verschillende locaties in het Koninkrijk mensen geëerd die onder gevaarlijke omstandigheden het leven van een ander hebben gered. De dag is een initiatief van het Platform Heldenwaardering, dat bestaat uit het Kapittel voor de Civiele Orden, het Carnegie Heldenfonds en de Koninklijke Maatschappij tot Redding van Drenkelingen. Zij zetten zich gezamenlijk in voor de erkenning van burgerlijke heldenmoed met bijzondere onderscheidingen zoals de Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon en andere medailles en penningen. Het Platform zal de komende jaren verder bouwen aan een feestelijke Nationale Heldendag waarbij op nog meer plekken in het land heldenonderscheidingen worden uitgereikt.

Beeld: © Loutje Scheltema

Op 28 november werd Connie Palmen benoemd tot Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw

De hoogste onderscheiding van 2025

De hoogste onderscheiding in 2025 ging naar de schrijver Connie Palmen. Zij werd benoemd tot Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Deze onderscheiding wordt zelden toegekend, in de afgelopen 15 jaar slechts tien keer. Het literaire en filosofische oeuvre van Connie Palmen kan worden beschouwd als onschatbaar en zij geldt als een voorbeeld voor veel andere schrijvers en collega’s, met name vrouwelijke.

Bijeenkomsten

In 2025 kwam het Kapittel voor de Civiele Orden 30 keer in vergadering bijeen om te adviseren over het verlenen van onderscheidingen in een van de civiele orden en de Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon.

Heidag

De maatschappij is constant in ontwikkeling en sommige ontwikkelingen kunnen invloed hebben op de uitgangspunten om iemand al dan niet een koninklijke onderscheiding te verlenen. Daarom komt het Kapittel ieder jaar bijeen om het beleid op punten te evalueren. Dat gebeurde in 2025 bij Younity Utrecht, een hotspot waar jongeren (soms met een afstand tot de samenleving) de baas zijn en waar ze kunnen sporten, creatieve workshops kunnen volgen of evenementen kunnen bezoeken. Younity Utrecht is grotendeels een vrijwilligersorganisatie. Voordat het Kapittel zich terugtrok voor de inhoudelijke bespreking verzorgde iemand van Younity een presentatie over hun werk. Zo hoorde het Kapittel uit eerste hand hoe onder meer in dergelijke nieuwe organisaties het vrijwilligerswerk aan het veranderen is.

Daarna werd dieper ingegaan op de volgende onderwerpen:

  • Het Kapittel heeft, mede aan de hand van casuïstiek, stilgestaan bij de afbakening tussen de graden Lid en Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, in het bijzonder in die situaties waarin de zwaarte en uitstraling van de verdiensten niet zonder meer tot een eenduidige toekenning van een betreffende graad leiden. In dat verband is gesproken over het zogenoemde grijze gebied tussen beide graden en elementen die leiden tot het een of tot het ander. Hierbij kan gedacht worden aan de grootte van de organisatie en het aantal leden, de aard en de maatschappelijke betekenis van de activiteiten van betrokkene, de impact van de activiteiten en de verantwoordelijkheid die iemand heeft gedragen.
  • Het Kapittel heeft zich ook gebogen over de vraag onder welke omstandigheden mantelzorg in aanmerking kan komen voor een koninklijke waardering. Aan de hand van diverse casussen is verkend waar de grens ligt tussen zorgtaken die behoren tot wat in de persoonlijke levenssfeer als gebruikelijk kan worden beschouwd en mantelzorg die een zodanig bijzonder karakter draagt dat een koninklijke onderscheiding aan de orde kan zijn.
  • Daarnaast is gesproken over de betekenis van financiële vergoedingen voor de beoordeling van decoratiedossiers, met name indien de vergoeding hoger is dan de zogeheten vrijwilligersvergoeding. Aan de hand van casuïstiek is bezien in hoeverre het ontvangen van een vergoeding voor al dan niet vrijwillige activiteiten van invloed behoort te zijn op het oordeel over de decorabiliteit. Bij hogere vergoedingen telt het uitgangspunt dat sprake zou moeten zijn van persoonlijke bijzondere verdiensten.
  • Ten slotte heeft het Kapittel aan de hand van casuïstiek gesproken over de vraag of een verzochte gelegenheid voor uitreiking, een zogeheten Bijzondere Gelegenheid, kan worden gehonoreerd, dan wel of uitreiking dient plaats te vinden tijdens de jaarlijkse Algemene Gelegenheid. In dat kader is aandacht besteed aan de omstandigheden waaronder een uitreikingsmoment gedurende het jaar gerechtvaardigd kan worden geacht, alsmede aan het belang van uniforme toepassing van dit onderscheid.

Voor alle besproken onderwerpen geldt dat het Kapittel te allen tijde afhankelijk is van de kwaliteit van het decoratiedossier zoals dat is ingediend, de inhoudelijke onderbouwing in ondersteuningsbrieven en de adviezen van de burgemeester en de commissaris van de Koning.

Externe voorlichting

Het Kapittel laat zich met regelmaat voorlichten over maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de toekenning van koninklijke onderscheidingen. In 2025 waren er voorafgaand aan reguliere vergaderingen presentaties over vrijwilligerswerk, eerst vanuit het Centraal Bureau voor de Statistiek en later door Lucas Meijs, hoogleraar ‘Strategic Philanthropy and Volunteering’ aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit. Ook was er een gesprek met het bestuur van de Landelijke Huisartsenvereniging over mogelijke bijzondere verdiensten van huisartsen.

Presentatie vanuit het Centraal Bureau voor de Statistiek

Hans Schmeets en Judit Arends van het Centraal Bureau voor de Statistiek gaven een toelichting op de cijfers en gegevens over vrijwilligerswerk in Nederland zoals die zich sinds 1980 hebben ontwikkeld. Die cijfers laten een toename zien van vrijwilligerswerk met uitzondering van de coronajaren 2020-2022. Tegenwoordig is ongeveer de helft van de Nederlanders op één of andere manier vrijwillig actief. Volgens het CBS speelt vrijwilligerswerk dan ook een essentiële rol in de sociale cohesie en de bredere samenleving. Vrijwilligerswerk is vooral populair onder ouders met jonge kinderen (als onderdeel van hun betrokkenheid bij hun kinderen) en gepensioneerden. Opvallend is dat mannen en vrouwen zich even vaak als vrijwilliger inzetten, maar dat er wel verschillen zijn in de aard van het werk. Vrouwen kiezen vaker voor sectoren als verzorging en onderwijs, terwijl mannen zich vaker bezighouden met sport en bestuurlijk werk binnen organisaties. De heer Schmeets noemde Nederland ‘kampioen vrijwilligerswerk’. Het blijkt een krachtig middel om sociale samenhang te bevorderen en de samenleving draaiende te houden. Het belang van waardering en erkenning voor deze onmisbare inzet mag dan ook niet onderschat worden.

Lezing door Lucas Meijs, hoogleraar ‘Strategic Philanthropy and Volunteering’

De heer Meijs bevestigde in zijn lezing dat het aantal vrijwilligers nog altijd toeneemt. Daarbij gaf hij aan dat er nieuwe vormen van vrijwillige inzet ontstaan. Voor het beoordelen van decoratievoorstellen wordt dit niet gemakkelijker, aangezien de vrijwillige inzet steeds minder ‘turfbaar en meetbaar’ wordt. Vrijwilligerswerk is niet langer puur een georganiseerde activiteit binnen of vanuit bestaande instellingen. Individuen brengen vrijwillige energie in en organisaties moeten manieren vinden om deze energie te benutten. Vrijwilligerswerk wordt complexer, flexibeler en veelzijdiger. Dit brengt kansen met zich mee, maar ook uitdagingen. Hoe kunnen organisaties en beleidsmakers inspelen op de veranderende bereidheid en beschikbaarheid van vrijwilligers en de vrijwillige energie optimaal benutten?

Gesprek met de Landelijke Huisartsenvereniging

Op 4 maart 2025 sprak het Kapittel met de voorzitter en de adviseur public affairs van de Landelijke Huisartsenvereniging: Marjolein Tasche en Margriet Niehof. Zij bogen zich met het Kapittel over de vraag: wanneer is een huisarts zó bijzonder dat hij of zij in aanmerking komt voor een koninklijke onderscheiding? Verschillende ‘bijzondere’ elementen passeerden de revue. Denk aan huisartsen die oplossingen bieden als het zorgaanbod in een gemeente plotseling wegvalt (door crises of het wegvallen van collega huisartsen). Of aan huisartsen die innovatieve oplossingen bedenken voor medische zorg aan kwetsbare personen. Andere huisartsen verlenen in hun eigen tijd – want de praktijk draait altijd door – medische hulp in ontwikkelingslanden of rampgebieden. En weer een andere huisarts creëerde door zijn persoonlijke inzet het eerste rookvrije dorp. Het gesprek liet zien hoe veelzijdig en onmisbaar huisartsen zijn en hoe hun bijzondere inzet soms een koninklijke erkenning verdient.

Overige bijeenkomsten

Burgemeestersbijeenkomsten

Op verzoek van het Kapittel organiseren de commissarissen van de Koning in de provincies met enige regelmaat bijeenkomsten met burgemeesters in aanwezigheid van het Kapittel. Het doel van deze burgemeestersbijeenkomsten is om op een laagdrempelige wijze in een gesprek van gedachten te wisselen over de ontwikkelingen van het decoratiestelsel en de rol van de commissaris van de Koning en de burgemeester daarin. In 2025 voerde het Kapittel een gesprek met burgemeesters in de provincie Zeeland.

Lunch met de Kring van commissarissen van de Koning

Op 22 september was het Kapittel uitgenodigd voor een lunch met de Kring van commissarissen. Onder meer kwam het decoreren van burgemeesters ter sprake. Hoewel er soms verschil van inzicht is over individuele voordrachten waren de commissarissen het eens met het Kapittel dat er geen sprake mocht zijn van een automatische decoratieverlening van burgemeesters, ondanks dat deze functie in de loop der jaren veeleisender is geworden. Verder is er onder meer gesproken over het onderwerp diversiteit bij de voordrachten voor koninklijke onderscheidingen.

De jaarvergadering van de Koninklijke Vereniging van Leden der Nederlandse Ridderorden

Iedereen met een koninklijke onderscheiding kan lid worden van de Koninklijke Vereniging van Leden der Nederlandse Ridderorden. Het belangrijkste doel van de vereniging is om een vangnet te vormen voor gedecoreerden die in financiële nood zijn geraakt. De meeste gedecoreerden zetten zich belangeloos in voor een ander of de samenleving. Soms vergeten zij daarbij zichzelf en raken ze in de financiële problemen. Door lidmaatschap tonen gedecoreerden zich solidair met hun medegedecoreerden. Maar er is ook ruimte voor saamhorigheid en gezelligheid: de jaarlijkse algemene ledenvergadering wordt gekoppeld aan iets bijzonders in Nederland. In 2025 vond de jaarvergadering plaats in Middelburg. De vergadering werd bijgewoond door de voorzitter van het Kapittel, de plaatsvervangend secretaris en de voorlichter. Na de vergadering kregen de aanwezigen traditioneel een lunch en (in kleine groepen) een rondleiding door Middelburg.

Voorlichting

Thema Algemene Gelegenheid: ‘Nederland verdient een lintje’

Het zwaartepunt van de voorlichting over de koninklijke onderscheidingen ligt bij de Algemene (decoratie)Gelegenheid (of de lintjesregen), traditioneel op de laatste werkdag voor de verjaardag van de Koning. Het Kapittel werkte in 2025 voor het eerst met een thema: ‘Nederland verdient een lintje’. Het doel was om de aandacht te richten op de samenbindende, positieve energie van gewone Nederlanders die zich elke dag inspannen voor een mooiere samenleving. Daarbij ging er bijzondere aandacht uit naar het feit dat een breed scala aan Nederlanders – van allerlei afkomst en achtergrond – zich inzet voor onze maatschappij en die waardering krijgen van elkáár. Met die boodschap wilde het Kapittel de bekendheid van de onderscheidingen vergroten bij groepen die ondervertegenwoordigd zijn in de voordrachten. De voorzitter van het Kapittel Ank Bijleveld-Schouten verwoordde het thema als volgt: “De lintjesregen richt de schijnwerpers op wat goed gaat met Nederland. We zijn actief op de sportvereniging en in het buurthuis. In kerk, synagoge en moskee. Met ouderen of met vluchtelingen. Lintjes laten zien dat we elkaars inzet waarderen en het goede in de ander zien. Het is onze manier om te zeggen: dit is de samenleving die we met z’n allen willen zijn. Nederland verdient een lintje!” Daarnaast deed het Kapittel een oproep: “Zien we iedereen wel staan? Sommige bevolkingsgroepen zijn mogelijk minder bekend met de mogelijkheden en de voordrachtprocedure. Daar ligt een uitdaging waar alle betrokkenen zich de komende jaren graag voor inzetten.”

De lintjesaffaire

Op zondag 30 maart 2025 berichtten diverse media dat de minister van Asiel en Migratie M.H.M. Faber-van de Klashorst weigerde te tekenen voor de toekenning van een aantal koninklijke onderscheidingen, waarvan zij de adviezen op 11 maart 2025 onder ogen had gekregen. Vanuit haar ministerie was het Kapittel reeds in een eerder stadium geïnformeerd met de mededeling dat de minister niet voornemens was de voordrachten te ondertekenen. De gedachte bij het Kapittel was dat de minister mogelijk vragen had bij een aantal adviezen van het Kapittel ten aanzien van vrijwilligers die zich jarenlang hadden ingezet op het terrein van vluchtelingen en integratie. In de weken die volgden bleek echter dat het niet ging om vragen, maar dat de minister pertinent zou weigeren de voordrachten aan Zijne Majesteit de Koning voor deze vrijwilligers te ondertekenen, ook al hadden deze vrijwilligers zich gedurende vele jaren voor anderen ingezet.

Deze constatering leidde bij het Kapittel tot verwondering, temeer daar deze minister enkele maanden eerder een voordracht had ondertekend voor een vrijwilliger die zich 20 jaar lang vrijwillig had ingezet voor onder meer Vluchtelingenwerk Nederland.

Dat een minister vragen stelt over een Kapitteladvies is, gelet op de ministeriële verantwoordelijkheid, op zichzelf gerechtvaardigd. De minister die het aangaat is immers verantwoordelijk voor de voordracht die leidt tot een Koninklijk Besluit tot verlening van een onderscheiding. Het ligt daarom voor de hand dat een minister op de hoogte is van een onder diens verantwoordelijkheid voorgedragen onderscheiding. Dat een minister een politieke opvatting laat prevaleren boven een zwaarwegend advies van het Kapittel, is hoogst ongebruikelijk en past niet bij de uitgangspunten van het Nederlands decoratiestelsel. Het advies van het Kapittel aan de minister die het aangaat heeft een zwaarwegend karakter. Dat volgt uit een in het Ordereglement opgenomen regeling, die stelt dat indien de minister voornemens is het advies van het Kapittel niet over te nemen, deze het voorstel voorlegt aan de ministerraad. Het ligt daarbij voor de hand dat, indien de minister het voornemen heeft het advies van het Kapittel niet op te volgen, deze allereerst overleg pleegt met het Kapittel. Van deze mogelijkheden wenste de minister geen gebruik te maken.

Een omstandigheid dat een minister af wenst te wijken van een advies van het Kapittel komt zelden voor, maar, als dit zich al voordoet, vindt dit in vertrouwen plaats. Dit is van groot belang omdat het de persoonlijke levenssfeer raakt van personen die zijn voorgedragen voor een koninklijke onderscheiding, zonder dat zij daarvan op de hoogte zijn. Tot verbazing van het Kapittel werd het vertrouwelijke karakter van de procedure doorbroken en verscheen op 30 maart 2025 een bericht in de landelijke media.

Doordat het weigeren van de minister onderwerp werd in de media, werden niet alleen de toekenning van koninklijke onderscheidingen, maar ook de individuen die zich vrijwillig inzetten voor de maatschappij onderwerp van publiek en politiek debat. Een dag na de bekendmaking in de media ontstond politieke en maatschappelijke ophef. Al snel na de eerste nieuwsberichten volgden steunbetuigingen aan vrijwilligers vanuit alle hoeken van de samenleving: het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en de Kring van commissarissen van de Koning als medeadviseurs binnen het decoratiestelsel, maar ook individuen, opiniemakers, vluchtelingenorganisaties en zelfs een groep van zo’n veertig ambtenaren van haar eigen ministerie. Ook het onder de minister vallende Centraal Orgaan opvang Asielzoekers steunde de minister niet. Bestuursvoorzitter Milo Schoenmaker meldde: “Wij vinden het juist vanzelfsprekend dat mensen die zich enorm inzetten door andere mensen te helpen, hiervoor erkenning mogen krijgen. Dat geldt voor de mensen die voorgedragen zijn voor een lintje én voor onze medewerkers en de vele vrijwilligers waar wij enorm trots op zijn.”

De aanhoudende maatschappelijke discussie over de individuele verlening van koninklijke onderscheidingen raakt niet alleen de individuele vrijwilligers, maar zou ook het functioneren van het Nederlandse decoratiestelsel als instituut aan kunnen tasten.

Toen is de weging gemaakt dat het niet langer een optie was om het weigeren van het ondertekenen voor te leggen in de eerstvolgende ministerraad op 4 april 2025. Hierop hebben de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties als stelselverantwoordelijk bewindspersoon en de minister-president een bredere weging gemaakt en ter borging van het functioneren van het decoratiestelsel besloten om de voordrachten te ondertekenen. Dit nadat alle vicepremiers en de minister van Asiel en Migratie waren geïnformeerd, dit volledig steunden en dit daarmee in overeenstemming was met het gevoelen van de ministerraad.

Dit leidde ertoe dat de vrijwilligers die het betrof tijdens de Algemene Gelegenheid 2025 alsnog werden erkend en gewaardeerd vanwege hun langdurige maatschappelijke bijdrage. Overigens zijn tijdens de Algemene Gelegenheid veel meer vrijwilligers gedecoreerd die zich inzetten op het terrein van vluchtelingen en integratie. Die adviezen waren door het Kapittel echter uitgebracht aan andere ministers die het aanging, omdat het zwaartepunt van de verdiensten op andere beleidsterreinen lag, zoals onderwijs, cultuur, armoedebestrijding, zorg en welzijn.

Het weigeren door de minister en de landelijke ophef die daardoor ontstond, niet in de laatste plaats door een hevig debat in de Tweede Kamer der Staten-Generaal, had ook een positief neveneffect: het aantal vrijwilligers dat zich aanmeldde was fors gestegen. Een vrijwilligersplatform meldde dat de dagen na de ophef er zich twee keer zoveel vrijwilligers hadden gemeld ten opzichte van een jaar eerder. Het Kapittel liet zich bewust niet publiekelijk uit. Pas op 22 april 2025 meldde de Volkskrant bij monde van de voorzitter van het Kapittel: “dat de onderscheidingen doelbewust politiek zijn gemaakt en dat dat niet de bedoeling is.” Voorts benadrukte de voorzitter dat het Kapittel geen oordeel velt over de aard van de werkzaamheden die burgers ten dienste van de maatschappij hebben verricht. “En dat iedereen een ander kan voordragen, of het nu de abortusarts is die een onderscheiding zou verdienen of een bevindelijk christen die tegen abortus is maar zich verdienstelijk heeft gemaakt voor de samenleving.” En dat voor het Kapittel de vrijwilligers centraal stonden en daarom het belangrijkste was “dat de handtekening er kwam.”

Minister Faber zelf blikte in haar boek ‘Mij krijgen ze niet klein’ terug op de lintjesaffaire. Zij houdt vast aan haar standpunt dat de vrijwilligers in de asielopvang geen onderscheiding moesten krijgen. “Vrijwilligers zullen goede bedoelingen hebben, maar zij maken wel deel uit van het totale pakket dat Nederland aantrekkelijk maakt. Door het weigeren van de lintjes wilde ik een signaal afgeven.” Ook minister-president Schoof zou later (in februari 2026) in een afscheidsinterview terugblikken op de lintjesaffaire. Op de vraag van interviewer Sven Kockelmann wanneer ‘zijn ontslagbrief virtueel op tafel zou hebben gelegen’, refereerde de minister-president aan de lintjesaffaire. Hij zegt: “Ik heb niet letterlijk gedreigd, maar hij lag één of twee keer virtueel op tafel. Waarbij iedereen wist dat er een oplossing moest komen, want dat we het anders niet zouden redden. Dat speelde bij de lintjesaffaire. Los van wat je beleidsmatig vindt, deze mensen verdienen gewoon een lintje. Daar moesten we uitkomen. En dat doe je zodat de vrijwilligers een lintje kregen en omdat het kabinet niet moest vallen.”

Voortgang wetsvoorstel

Op 13 mei 2025 heeft het Kapittel overleg gehad met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over een wetsvoorstel dat al geruime periode in voorbereiding is. Het ziet op gegevensverwerking binnen het decoratiestelsel en op het tegengaan van juridisering van het stelsel. Hoewel het wetsvoorstel zich aanvankelijk richtte op de ridderorden en de Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon, is de reikwijdte van het wetsvoorstel uitgebreid tot het gehele decoratiestelsel, omdat ook bij overige staatsonderscheidingen sprake is van gegevensverwerking. Ten slotte is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de taken van de Kanselier der Nederlandse Orden te codificeren, een wettelijke basis te creëren voor het vaststellen van het Besluit draagvolgorde onderscheidingen en te voorzien in een juridische grondslag voor besluiten tot instelling van (nieuwe) onderscheidingen.

Wet open overheid

Op grond van de Wet open overheid (Woo) kan iedereen een verzoek om informatie doen zonder dat uitgelegd hoeft te worden waarom deze informatie gewenst is. In 2025 zijn drie Woo-verzoeken bij de Kanselarij ingediend die betrekking hadden op de taak van het Kapittel voor de Civiele Orden. Alle verzoeken zijn binnen de wettelijke dan wel met de verzoeker afgesproken termijnen afgehandeld. Er zijn in het verslagjaar geen bezwaren, ingebrekestellingen of verzoeken om een voorlopige voorziening ingediend.

De Woo verplicht het Kapittel bepaalde informatiecategorieën actief openbaar te maken. Deze verplichte informatiecategorieën zijn beschreven in art 3.3 van de Woo. De openbaarmaking van deze categorieën wordt gefaseerd ingevoerd. Het Kapittel heeft in 2025 de focus gelegd op het verder actief openbaar maken van documenten van de in werking getreden informatiecategorieën. Hieronder vielen onder meer de besluiten op de hierboven genoemde Woo-verzoeken.

Leden van het Kapittel voor de Civiele Orden

Beeld: Valerie Kuypers

v.l.n.r. Fadime Örgü, Hans Goedkoop, Ank Bijleveld-Schouten (voorzitter), Henk Morsink, Martine van Grieken (secretaris) en Glenn Thodé

De leden van het Kapittel voor de Civiele Orden worden bij Koninklijk Besluit benoemd voor de duur van vier jaar. Zij kunnen eenmaal worden herbenoemd. Dit geldt niet voor de Kanselier der Nederlandse Orden die in zijn hoedanigheid van Kanselier ook lid is van het Kapittel voor de Civiele Orden. Benoemingen vinden plaats op voordracht van de Rijksministerraad.

In 2025 kreeg het Kapittel twee nieuwe leden: mr. dr. G.A.E. (Glenn) Thodé begon per 1 januari als Kapittellid en drs. F. (Fadime) Örgü begon per 15 november. Zij vervingen respectievelijk mr. C.L. (Clementine) de Vries Lentsch-Kostense en ir. J.M. (Joan) Leemhuis-Stout die in 2024 afscheid hadden genomen van het Kapittel.

Ultimo 2025 luidde de samenstelling van het Kapittel voor de Civiele Orden:

  • drs. A.Th.B. (Ank) Bijleveld-Schouten, voorzitter
  • dr. H. (Hans) Goedkoop, vice-voorzitter
  • H. (Henk) Morsink, generaal-majoor b.d., lid
  • mr. dr. G.A.E. (Glenn) Thodé, lid
  • drs. F. (Fadime) Örgü, lid

Het Kapittel werd in 2025 ondersteund door de secretaris drs. M.A.K. van Grieken en de plaatsvervangend secretaris mr. M.J. Vos.

Nieuw Kapittellid Glenn Thodé over zijn benoeming

 “In het dagelijks leven geef ik onderwijs en doe ik onderzoek over het strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarbij ben ik bezig met strafbaar gedrag door leden van onze gemeenschap. Dat staat in schril contrast met de heldendaden die het Kapittel waardeert met een positief advies voor de toekenning van de Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon. Daarnaast krijg ik dankzij het Kapittel zicht op het belangrijke werk van duizenden vrijwilligers die, samen met de vele duizenden die we niet te zien krijgen, het sociaal vangnet in onze maatschappij opbouwen en onderhouden. De sociale waarde die door al deze activiteiten wordt toegevoegd aan de maatschappij is niet in geld uit te drukken. Middels het werk van het Kapittel kunnen we als gemeenschap aangeven dat we het werk van deze personen zien en enorm waarderen door dit met een koninklijke onderscheiding te eren. Hiermee laten we als gemeenschap merken dat we in dit werk het nobele van het menszijn erkennen.”

Nieuw Kapittellid Fadime Örgü over haar benoeming

“Onze samenleving is in de loop der jaren steeds diverser geworden. In veel buurten zie ik mensen met verschillende achtergronden die zich al jarenlang inzetten voor hun buurt en voor elkaar, vaak met grote betrokkenheid bij hun gemeenschap. Dat gebeurt vaak heel vanzelfsprekend en soms ook een beetje buiten het zicht. Ik hoop dat we er samen aan kunnen bijdragen dat die inzet vaker wordt gezien en dat ook zij, waar dat passend is, voor een lintje in aanmerking kunnen komen. Soms vallen dingen in het leven ineens op hun plek. Mijn kennismaking met het Kapittel is voor mij zo’n moment. In de paar maanden dat ik nu meedraai, heb ik al gezien hoeveel bijzondere verhalen er achter een onderscheiding schuilgaan. Achter ieder lintje zit een verhaal van inzet en verantwoordelijkheid voor anderen.”